Gezondheid en huidverzorging
Dr Annemie Galimont
Gezondheid en huidverzorging
08/25/2026
16 min
0

Psoriasis en eczeem: de twijfel begint na het herkennen

08/25/2026
16 min
0

Op mijn spreekuur komt met enige regelmaat iemand binnen bij wie de huid al jaren hetzelfde doet. Een hiel die niet dichtgaat, hoe vaak hij ook wordt bijgewerkt. Schilfers op de schouder van een donkere jas. Een nagel met putjes waar niemand ooit iets over heeft gezegd. En bijna altijd is er iemand geweest die het eerder zag dan ik: de pedicure die die voet elke zes weken in handen heeft, de kapper die de hoofdhuid van dichtbij ziet, de schoonheidsspecialist bij wie de huid onder de lamp ligt.

Wat die professionals mij vertellen als ik ernaar vraag, is zelden dat ze niet zagen dat er iets was. Ze zagen het wel. Waar ze op vastliepen, was de vraag wat het betekende voor wat ze die dag met hun handen deden.

Daar zit voor mij de kern van dit thema. Bij psoriasis en eczeem is herkennen meestal het probleem niet. De twijfel begint bij de vraag wat het huidbeeld op dit moment betekent voor jouw handelen: doorgaan, aanpassen, monitoren, overleggen, of stoppen en verwijzen. Die afweging is geen medische diagnose. Het is klinisch redeneren, en het valt binnen de kaders van je eigen beroepsprofiel[28,29].

Twee ziektebeelden die blijven bewegen

Psoriasis komt in de westerse bevolking bij ongeveer 2 tot 3 procent van de mensen voor, en de chronische plaquevorm is met circa 90 procent de meest voorkomende variant [1,13,14]. Constitutioneel eczeem komt bij kinderen in geïndustrialiseerde landen voor bij naar schatting 5 tot 15 procent, afhankelijk van welke diagnostische criteria je aanhoudt [2,15,16]. Het zijn dus geen bijzonderheden die je eens per jaar tegenkomt. Ze zitten in jouw agenda, ook als er nooit een naam aan gegeven is.

Wat deze twee lastig maakt, is niet hun zeldzaamheid maar hun veranderlijkheid. Ze vlammen op en trekken weg, en dezelfde cliënt kan in januari om terughoudendheid vragen en in juni prima te verzorgen zijn. Daar komt bij dat allebei de beelden dubbelgangers hebben, en dat die dubbelgangers precies zitten op de plekken waar jij werkt: de nagel, de plooi, de hoofdhuid en de voet.

Hoe psoriasis er in jouw stoel uit ziet

Psoriasis is in Nederland goed voor ruwweg 300.000 tot 350.000 mensen [1]. De klassieke plek is scherp begrensd, dik en bedekt met een droge witte schilfer, met voorkeur voor ellebogen, knieën, stuit en het behaarde hoofd, waar de plek gewoon over de haargrens doorloopt. Maar de vormen die jou in verwarring brengen zijn juist de andere. In de plooien, de bilspleet en onder de borsten is psoriasis felrood en scherp begrensd, nauwelijks verdikt en bijna zonder schilfering, met pijnlijke kloven. Dat lijkt op smetten of op een schimmelinfectie, en het wordt ook regelmatig zo behandeld.

De nagel is jouw terrein bij uitstek. Putjes, verkleuring, loslating aan het uiteinde en de olievlek horen bij nagelpsoriasis, die bij ongeveer de helft van de mensen met psoriasis voorkomt en bij wie ook gewrichtsklachten heeft zelfs bij vier op de vijf [1]. Een schimmelnagel ziet er soms hetzelfde uit, en de twee sluiten elkaar niet uit. Wie de nagel eerst behandelt en daarna pas laat vaststellen wat het is, doet het in de verkeerde volgorde.

Voor de hoofdhuid geldt dezelfde valkuil in een andere vorm. Psoriasis capitis is scherp begrensd met droge witte schilfers die doorlopen over de haargrens, seborroïsch eczeem heeft een vage rand met gelige vette schilfers en neemt vaak de wenkbrauwen mee, en gewone roos is de mildste variant. Wie in het haar werkt ziet dit vaker dan wie ook. En als er behandeld wordt, werkt dat alleen in de volgorde eerst de schilfer losweken, dan uitwassen, dan pas het middel [1,6].

Waarom die verwarring ertoe doet, laat zich in één zin zeggen: een verkeerde naam betekent maandenlang de verkeerde behandeling. Psoriasis in de lies die als schimmel wordt gesmeerd verbetert niet, en wordt door sommige antischimmelcombinaties met corticosteroïd zelfs tijdelijk gemaskeerd. Andersom breidt een schimmel die voor psoriasis wordt aangezien zich onder een hormooncrème juist uit [1,30]. Jouw bijdrage is niet de knoop doorhakken maar de beschrijving: waar het zit, hoe het begrensd is, of het glanst of schilfert, en hoe het zich sinds de vorige afspraak heeft ontwikkeld.

Beschadiging van de huid lokt binnen zeven tot veertien dagen nieuwe plekken uit, het köbner fenomeen, en dat geldt voor schaafplekken, chemische prikkels, tatoeages en dus ook voor schuren en scrubben [1]. Atraumatisch werken en de nagelriem met rust laten is bij psoriasis geen voorzichtigheid maar behandelprincipe, en een goede vette basisverzorging werkt daar juist tegenin [1,20]. Dat geldt ook voor de klassieke tekens waarmee de arts de diagnose stelt, het kaarsvet- en het Auspitz fenomeen: je hoeft niet zelf te krabben om te kijken of ze er zijn, want daarmee maak je precies de beschadiging die nieuwe plekken uitlokt [30].

En vraag naar de gewrichten. Hoeveel mensen met psoriasis artritis psoriatica ontwikkelen loopt in de literatuur ver uiteen, van zes tot eenenveertig procent, en gewrichtsschade is niet terug te draaien [1,30]. De richtlijn noemt de PEST-vragenlijst als houvast, en die vijf ja-nee vragen passen beter in jouw stoel dan in een spreekkamer: ooit een gezwollen gewricht gehad, putjes of kuiltjes in de nagels, ooit door een arts artritis horen noemen, pijn in de hiel gehad, en ooit een vinger of teen die in zijn geheel gezwollen en pijnlijk was zonder aanleiding. Bij drie keer ja of meer adviseert de richtlijn beoordeling door een reumatoloog [1]. Jij stelt geen diagnose, je stelt de vragen, noteert de antwoorden en stuurt ze mee.

De ontsteking stopt bovendien niet bij de huid. Bij ernstiger psoriasis komen hart- en vaatziekten, verhoogd cholesterol, overgewicht, diabetes en somberheid vaker voor [1,30]. Voor wie voeten behandelt heeft dat een concreet gevolg: een deel van je psoriasiscliënten zit daarmee ook in een risicocategorie voor de voet, met mogelijk verminderd gevoel, wondjes die later worden opgemerkt en trager genezen. Vraag dus standaard naar diabetes en werk bij twijfel voorzichtiger dan de huid alleen zou ingeven. Roken, overgewicht en fors alcoholgebruik verergeren psoriasis en verkleinen het effect van de behandeling, maar dat is ook precies het feit waarmee mensen met psoriasis het vaakst onterecht zijn aangesproken. Wie zich schaamt vertelt minder, en dan raak je de informatie kwijt die je nodig had.

Wat er gebeurt als niemand hierop let!

Angst voor hormoonzalf is het duidelijkste voorbeeld. De richtlijn benoemt dat corticofobie bij veel patiënten voorkomt en dat daardoor een risico op onderbehandeling bestaat [2,18]. Het probleem in de praktijk is dus zelden te veel zalf, maar te weinig en te kort, waardoor de huid langer ontstoken blijft dan nodig. Correct gebruik binnen de voorgeschreven kaders is precies waar de NVDV een aparte leidraad aan wijdde [3], en waar de Europese richtlijnen dezelfde lijn aanhouden [8,9]. Er bestaat bovendien een onderhoudsritme waarbij je op de oude plekken twee keer per week blijft smeren, wat het aantal opvlammingen aantoonbaar terugbrengt [21].

Smeren zelf is geen bijzaak maar de basisbehandeling. Het Cochrane-overzicht van vette en vochtinbrengende middelen laat zien dat ze de ernst verminderen en de behoefte aan ontstekingsremmers verlagen [20].

Voor antihistaminica als losse behandeling van eczeemjeuk is die onderbouwing er juist niet [22], wat verklaart waarom een cliënt die daarop vertrouwt zo weinig opschiet.

Hetzelfde geldt voor voeding. Een eliminatiedieet zonder aangetoonde allergie levert bij eczeem geen winst op, terwijl de kosten, de tijdsinvestering en bij kinderen het risico op tekorten wel reëel zijn [2]. Sensibilisatie is daarbij nog geen allergie, en een test bevestigt een verhaal in plaats van het te vervangen [26,27]. Deze verhalen komen niet bij mij binnen. Ze komen bij jou binnen, in de behandelstoel, tussen twee voeten of onder een kleurbehandeling. Wie de feiten kent, kan die onrust wegnemen zonder iemand weg te zetten.

Maar wegnemen is de helft. Iemand die zich zorgen maakt gaat daarna toch weer zoeken, en dan is het de vraag waar. Geef daarom iets mee. Op onlinedermatologie.nl staan twee dossiers die precies hierbij horen, geschreven en nagekeken door mijzelf, zonder sponsoring en op basis van de richtlijnen [36]. Het psoriasisdossier legt oorzaak en beloop uit, de vormen en de diagnose, de behandeling, en apart ook voeding en alternatieve behandelingen, precies de twee onderwerpen waarover de meeste onzin circuleert.

Het eczeemdossier hoort bij eczeemcentrum Smeer’m en behandelt oorzaken, behandeling, eczeem bij kinderen, eczeem tijdens de zwangerschap, jeuk, en een onderdeel dat je cliënt helpt zich voor te bereiden op het gesprek met de arts. Dat laatste is voor jou de meest bruikbare link: iemand die voorbereid binnenkomt bij de huisarts, krijgt een ander consult. Wil je cliënt liever een adres dat niet aan jou of aan mij verbonden is, dan is Thuisarts.nl het tweede adres: gratis, reclamevrij en opgesteld in lijn met de richtlijnen van de huisartsen [37].

Zes stappen die je helpen een afweging te  maken

Klinisch redeneren klinkt zwaarder dan het is. Het is een vaste volgorde die voorkomt dat je op routine werkt: eerst oriënteren op de hulpvraag en op wat je feitelijk ziet, dan vaststellen of dit bij het bekende patroon past of ervan afwijkt, dan de factoren wegen die meespelen, dan hypothesen vormen, dan beleid kiezen, en bij het volgende contact opnieuw evalueren.

Vier vragen dragen die volgorde: wat zie ik, wat weet ik, wat betekent dit, wat doe ik nu? Het antwoord op de laatste vraag mag ook niets doen zijn. Niet handelen op een plek waarover je twijfelt is geen tekortschieten, het is de veilige route. En "het lijkt op" is het maximum dat jij kunt vaststellen: het onderscheid tussen psoriasis, eczeem en een schimmelinfectie is een medische diagnose en hoort bij de huisarts of de dermatoloog [4,28,29].

Het is belangrijk dat je dit goed vastlegt. Een vermoeden dat nergens staat, is bij de volgende afspraak een gevoel. Een vermoeden dat je op dezelfde manier hebt vastgelegd, is een lijn. In de tweede lijn gebruiken we daarvoor vaste instrumenten: POEM en SCORAD voor de ernst van eczeem, PASI voor psoriasis, en de kwaliteit-van-levenlijsten DLQI en Skindex-29 [1,2,23,24]. Er bestaat zelfs een variant van de SCORAD die de patiënt zelf invult [25]. Je hoeft ze niet zelf af te nemen, maar wie ze herkent in een specialistenbrief leest die brief anders.

Mijn advies is klein te beginnen: vraag elke afspraak hetzelfde jeukcijfer van nul tot tien, noteer hoeveel dagen van de zeven het smeren is gelukt, en beschrijf de plek in vaste termen voordat je hem duidt. Dat maakt jouw overdracht ook onmiddellijk sterker. Een huisarts kan iets met een verloop over drie afspraken en met een concrete vraag. Wat minder oplevert is "er is iets met de huid", en wat vaak ontbreekt is het tempo. "Ga eens langs de huisarts" en "bel vandaag nog" zijn twee volstrekt verschillende adviezen, en het verschil hoort in jouw zin te zitten.

Mijn werk op het gebied van eczeem begon al vroeg

Mijn werk rond eczeem draait al ruim vijftien jaar om hetzelfde probleem: iemand die van vier zorgverleners vier verschillende adviezen krijgt, kiest er geen. De huisarts zegt royaal smeren volgens een schema, de apotheek zegt dun en niet te lang, de kinderarts stopt de behandeling na twee weken en de jeugdarts adviseert hydrateren zonder er iets bij te geven. Wie dat aanhoort, gaat zoeken op internet, en daar staat iedereen klaar met een dieet, een detox of een olie. Wat ik in de spreekkamer tegenover me kreeg, was dan geen huid maar een radeloze ouder.

In 2011 werd daaruit Smeer’m geboren, samen met meerdere partners: geen folder maar een platform, met inmiddels meer dan vijfentwintig materialen die ik sinds 2021 zelf beheer en doorontwikkel, met de nadruk op educatie. Daar hoort een behandelboekje bij dat de begeleiding stap voor stap volgt [33], smeerinstructies, uitlegkaarten over de huid en over prikkels en stoffen, een flipover voor het gesprek met volwassenen, een informatiemap, en een eczeemgids in gewone taal voor kinderen en volwassenen die inmiddels aan zijn twaalfde versie toe is en ook in het Engels bestaat [34]. De vraag achter al die materialen is steeds dezelfde: hoe zorg je dat iemand thuis werkelijk doet wat er is afgesproken? Dat die vraag terecht is, blijkt uit het onderzoek naar gestructureerde educatie: die vermindert aantoonbaar de ernst van het eczeem en verbetert de kwaliteit van leven [2,19].

Meten hoort daar onlosmakelijk bij, want zonder meting is begeleiding een gevoel. Ik maakte intakevragenlijsten per leeftijdsgroep, tot vier jaar, van vier tot achttien en vanaf achttien, plus een controlelijst voor het vervolg, en bracht de meetinstrumenten samen die je in de tweede lijn tegenkomt: POEM, SCORAD, NRS, ADCT, RECAP, TIS en de kwaliteit-van-levenlijsten DLQI, CDLQI, IDLQI en Skindex-29 [23,24,25]. Daarnaast een formulier om behandeldoelen vast te leggen in de woorden van de patiënt zelf.

Het ketenwerk liep parallel. Met het EczemaConcept legden we transmurale afspraken vast tussen eerste en tweede lijn, met een zorgpad, verwijs- en terugverwijsbeleid en een voorkeurslijst van indifferente middelen [11]. Ik was voorzitter van Dermatica op Recept, werkte mee aan het substitutieschema dermatocorticosteroïden van NVDV en KNMP [12], en aan documenten voor informatieoverdracht tussen zorgverleners. Dat alles komt samen in het Nationaal Constitutioneel Eczeem Project, waar NVDV, KNMP, NVH, NHG, patiëntenvereniging VMCE en zorgverzekeraars aan tafel zitten om één verhaal af te spreken [10,35].

Aan de richtlijnkant was ik van 2016 tot 2025 voorzitter van de domeingroep Dermatotherapie van de NVDV en van 2019 tot 2025 secretaris van het bestuur, lid van de domeingroep eczeem en van de toetsingscommissie dupilumab. Ik werkte mee aan de Leidraad Dermatocorticosteroïden [3], aan de richtlijnen over lichttherapie en over systemische medicatie bij kinderen, en aan de richtlijnen en zorgmodules van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten, waaronder die voor constitutioneel eczeem en die voor psoriasis [5,6]. Voor diezelfde beroepsgroep ontwikkelde ik de Post-HBO-opleiding Eczeembegeleiding. En omdat de vragen over voeding en leefstijl niet weggingen door ze te weerleggen, liet ik mij daarnaast opleiden tot leefstijlarts. Ik ben vice-voorzitter van de richtlijnwerkgroep Voeding, Leefstijl en de Huid geweest [7], waar de dieetvraag bij eczeem thuishoort: de vraag die in de behandelstoel het vaakst gesteld wordt en waarop de richtlijn een helder antwoord geeft [2].

En daar bovenop het onderwijs, want een afspraak op papier verandert nog niets. Twaalf eczeemavonden voor patiënten tussen 2012 en 2014, meer dan twintig geaccrediteerde nascholingssessies voor huisartsen, een FTO-module eczeem in 2019, en een e-learning die in het eerste jaar 2.200 cursisten trok. Workshops in de Zeeuwse huisartsenpraktijken, in verpleeghuizen, op verpleegkundigencongressen, bij de GGD, voor huidtherapeuten, pedicures en schoonheidsspecialisten, en op uitnodiging van de Brugse dagen voor dermatologen over Smeer’m. Adviseur van de opleidingen huidtherapie aan beide hogescholen. Voor psoriasis maakte ik dezelfde route: een eigen nascholing over huid, nagels en gewrichten, de Derm@te-Logische zakboekkaartjes voor het herkennen in de stoel, en materiaal over de driestapsbehandeling van het behaarde hoofd. Aan de onderzoekskant publiceerde ik in 2025 mee over drug survival bij atopisch eczeem, biologicals naast JAK-remmers, op basis van het BioDay-register [17].

En toch bleef er één ding staan dat met richtlijnen en scholing alleen niet op te lossen is. Geen enkel dermatologisch onderwerp is zo gevoelig voor misinformatie als eczeem. Dat komt doordat het chronisch is, doordat het zichtbaar is, en doordat het opvlamt en wegtrekt, waardoor iedere toevallige verbetering aan het laatste middel kan worden toegeschreven. Om die combinatie hangt een hele markt: eliminatiediëten, darmtesten, detoxkuren, supplementen en oliën, verkocht aan mensen die uitgeput zijn en alles willen proberen. Zij worden niet slecht geïnformeerd, ze worden erin geluisd, en ze betalen ervoor met geld, met tijd en soms met de groei van hun kind.

Daarom start ik in 2027 met de Huidkeuken, rond voeding, leefstijl en de huid, het terrein waarop ik als leefstijlarts en als voorzitter van de richtlijnwerkgroep sowieso al sta. Niet als nog een stem in het rumoer, maar als plek waar claims worden ontleed en waar mensen leren waarom iets plausibel klinkt en toch niet klopt. Wie zelf kan zien hoe een claim in elkaar zit, heeft mij de volgende keer niet meer nodig. Wil je weten wanneer het opengaat, dan kun je terecht op huidkeuken.com.

In al dat werk viel steeds hetzelfde op. De richtlijn is helder over wie de diagnose stelt en wie behandelt, maar zegt niets over de professional die de huid het vaakst ziet en niet bevoegd is te diagnosticeren. Die schakel staat er niet in, en juist daar loopt de zorg vast. Nog altijd hoor ik het advies om dun te smeren. Nog altijd is de zorg versnipperd. Wat ik in mijn scholingen doe, is die schakel taal geven: geen behandelonderwijs buiten je rol en geen samenvatting van de richtlijn, maar de denkstappen ervoor, namelijk observeren, duiden, begrenzen en op tijd verwijzen.

Waarom lezen hier niet genoeg is

Alles wat hierboven staat kun je onthouden. Wat je er niet mee leert, is twijfelen op de juiste momenten. Het lastige aan deze twee ziektebeelden zit namelijk niet in de plaatjes maar in de tussenfase: een huid die rustiger oogt terwijl de barrière nog kwetsbaar is, een bekend patroon dat net iets afwijkt, een cliënt die zegt dat het beter gaat terwijl het beloop iets anders laat zien. Dat oefen je niet door een tekst te lezen, dat oefen je door dezelfde afweging tientallen keren te maken op verschillende casussen en te horen waar je redenering afsloeg.

En er zit een tweede verschil in. Bij het lezen bepaal jij wat je overslaat, en mensen slaan doorgaans over wat ze lastig vinden. Bij een scholing loopt de volgorde vast: eerst het mechanisme onder de huid, dan het beeld, dan de variatie in dat beeld, en pas daarna de vraag wat je ermee doet. Precies daardoor blijft je oordeel niet hangen op herkenning alleen.

Maar waarom zou je bij mij een scholing volgen? 

Dat is een eerlijke vraag, want er is aanbod genoeg. Vier dingen onderscheiden dit van de rest, en je mag ze alle vier controleren.

  1. Het onderwijs komt van een dermatoloog, niet van iemand die het materiaal van een dermatoloog navertelt. Ik zie deze twee ziektebeelden al bijna twintig jaar in de tweede lijn, en ik zie ook wat er misgaat vóór iemand bij mij komt.
  2. Het is volledig productvrij. Geen sponsoring, geen merknamen, geen leverancier die meekijkt. In dit veld is dat geen bijzaak: juist rond eczeem en psoriasis is het aanbod van scholing en advies verweven met wie er iets te verkopen heeft. Wat je van mij hoort over smeren, over hormooncrème of over voeding staat in de richtlijn [2,3], niet op een verpakking.
  3. De stof komt uit hetzelfde werk als de richtlijn zelf. Ik heb meegeschreven aan de leidraad over dermatocorticosteroïden, aan de zorgmodules van de huidtherapeuten en aan het ketenoverleg waarin huisartsen, apothekers en dermatologen hun adviezen op elkaar afstemmen. Je krijgt dus niet een samenvatting van een richtlijn uit tweede hand, maar de vertaling ervan door iemand die aan de tafel zat waar hij gemaakt werd, inclusief wat er niet in staat en waarom.
  4. En het is getoetst door je eigen beroepsgroep. Ruim 8.500 zorgprofessionals volgden inmiddels scholing bij Huidopleiding, samen goed voor meer dan 15.000 cursussen, met een gemiddelde van 9,0 uit 313 evaluaties. De scholingen zijn CRKBO-geregistreerd en geaccrediteerd bij ProCERT voor huidtherapeuten, SKIN voor schoonheidsspecialisten en footcare. voor pedicures en podotherapeuten.

Welke scholingen kan je volgen? 

Drie dingen staan naast elkaar, met elk een andere functie. Het e-book is het naslagwerk: 37 hoofdstukken rond de vraag wat je met een beeld doet, met een signaalkaart per beroepsgroep en genummerde bronnen, om op te zoeken en te herlezen [30].

De cursus is de verdieping: 49 videolessen, bijna acht uur college, met casuïstiek waarin je het redeneren daadwerkelijk toepast, zakboekkaartjes en anatomische posters voor in de behandelkamer, een toets met certificaat en 365 dagen toegang zodat je in je eigen tempo werkt [31]. Alle vormen komen aan bod, ook de zeldzame die je twee keer per jaar ziet, en dat is een keuze: juist die zeldzame vorm is de vorm waarbij je twijfelt.

Het webinar is de live variant van drie uur, en daar zit het onderdeel dat je nergens uit een boek haalt: je stuurt vooraf je eigen casus in, en een selectie daarvan wordt tijdens de avond samen doorgedacht, met de denkstappen erbij. Je krijgt de toolkit met acht werkdocumenten mee, van intakeformulier en beslisboom tot verwijsbrief en meegeefkaart voor de cliënt, en de replay blijft een jaar beschikbaar [32].

Waar het uiteindelijk om gaat is niet dat je meer weet. Het gaat erom dat je bij de volgende twijfel een route hebt in plaats van een gevoel, dat je kunt onderbouwen waarom je die dag niet op die plek gewerkt hebt, en dat je bevinding zo geformuleerd is dat een huisarts er meteen mee verder kan.

Bronnen

Richtlijnen, leidraden en zorgmodules

[1] Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Richtlijn Psoriasis. Richtlijnendatabase, Federatie Medisch Specialisten.

[2] Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Richtlijn Constitutioneel eczeem. Richtlijnendatabase, Federatie Medisch Specialisten.

[3] Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Leidraad Dermatocorticosteroïden.

[4] Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard Eczeem.

[5] Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten. Zorgmodule Constitutioneel eczeem.

[6] Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten. Zorgmodule Psoriasis.

[7] Richtlijnwerkgroep Voeding, Leefstijl en de Huid. [jaartal en status aanvullen]

[8] Wollenberg A, Barbarot S, Bieber T, et al. Consensus-based European guidelines for treatment of atopic eczema (atopic dermatitis) in adults and children: part I. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2018;32:657-82.

[9] Wollenberg A, Barbarot S, Bieber T, et al. Consensus-based European guidelines for treatment of atopic eczema (atopic dermatitis) in adults and children: part II. J Eur Acad Dermatol Venereol. 2018.

Keten, transmurale afspraken en zorgpaden

[10] Nationaal Constitutioneel Eczeem Project (NCEP). Samenwerkende partijen: NVDV, KNMP, NVH, NHG, VMCE en zorgverzekeraars.

[11] EczemaConcept. Transmurale zorg constitutioneel eczeem: zorgpad, verwijs- en terugverwijsbeleid en voorkeurslijst indifferente middelen.

[12] NVDV en KNMP. Substitutieschema dermatocorticosteroïden.

Epidemiologie en klinisch beeld

[13] Griffiths CEM, Barker JNWN. Pathogenesis and clinical features of psoriasis. Lancet. 2007.

[14] Gelfand JM, Stern RS, Nijsten T, et al. The prevalence of psoriasis in African Americans: results from a population-based study. J Am Acad Dermatol. 2005;52:23-6.

[15] Williams HC, Burney PG, Pembroke AC, Hay RJ. The UK Working Party’s diagnostic criteria for atopic dermatitis III: independent hospital validation. Br J Dermatol. 1994;131:406-16.

[16] Brenninkmeijer EEA, Schram ME, Leeflang MMG, et al. Diagnostic criteria for atopic dermatitis: a systematic review. Br J Dermatol. 2008;158:754-65.

[17] Drug survival van biologicals en JAK-remmers bij atopisch eczeem, op basis van het BioDay-register. Allergy. 2025. [volledige auteurslijst en DOI aanvullen]

Behandeling, begeleiding en therapietrouw

[18] Charman CR, Morris AD, Williams HC. Topical corticosteroid phobia in patients with atopic eczema. Br J Dermatol. 2000;142:931-6.

[19] Staab D, Diepgen TL, Fartasch M, et al. Age related, structured educational programmes for the management of atopic dermatitis in children and adolescents: multicentre, randomised controlled trial. BMJ. 2006;332:933-8.

[20] Van Zuuren EJ, Fedorowicz Z, Christensen R, Lavrijsen A, Arents BWM. Emollients and moisturisers for eczema. Cochrane Database Syst Rev. 2017;2:CD012119.

[21] Berth-Jones J, Damstra RJ, Golsch S, et al. Twice weekly fluticasone propionate added to emollient maintenance treatment to reduce risk of relapse in atopic dermatitis: randomised, double blind, parallel group study. BMJ. 2003;326:1367.

[22] Apfelbacher CJ, van Zuuren EJ, Fedorowicz Z, Jupiter A, Matterne U, Weisshaar E. Oral H1 antihistamines as monotherapy for eczema. Cochrane Database Syst Rev. 2013;2:CD007770.

Meten, scoren en kwaliteit van leven

[23] Schmitt J, Spuls P, Boers M, et al. Towards global consensus on outcome measures for atopic eczema research: results of the HOME II meeting. Allergy. 2012;67:1111-7.

[24] Sampogna F, Abeni D. Interpretation of Skindex-29 scores. J Invest Dermatol. 2011;131:1790-2.

[25] Misery L, Mortz CG, Darsow U, et al. Patient-Oriented SCORAD (PO-SCORAD): a new self-assessment scale in atopic dermatitis validated in Europe. Allergy. 2011.

Allergie en voeding

[26] Aalberse JA. Zin en onzin van allergietesten. Bijblijven. 2017;33:420-425. doi:10.1007/s12414-017-0250-x

[27] De Monchy JGR. Vroege, late en uitgestelde allergische reacties. Bijblijven. 2017;33:411-419. doi:10.1007/s12414-017-0241-y

Beroepskaders en bevoegdheden

[28] ANBOS. Branchekwalificatiedossier Schoonheidsverzorging 2023. Schoonheidsspecialist (NLQF 3) en Allround Schoonheidsspecialist (NLQF 4). Geldend vanaf 1 september 2023.

[29] ProVoet. Protocol Schimmelinfecties aan de voeten. 2025. ISBN 978 90 368 3060 7.

Eigen materiaal en scholing

[30] Galimont-Collen AFS. Psoriasis en eczeem: herkennen, duiden en begrenzen. Huidopleiding, eerste druk 2026.

[31] Galimont-Collen AFS. Cursus psoriasis en eczeem: signaleren, rapporteren en communiceren. Huidopleiding.

[32] Galimont-Collen AFS. Webinar psoriasis en eczeem: klinisch redeneren en behandelplan, met Toolkit psoriasis en eczeem (acht werkdocumenten). Huidopleiding.

[33] Behandelboekje: begeleiding bij de behandeling van eczeem. Smeer’m.

[34] Eczeem door erfelijke aanleg (constitutioneel of atopisch eczeem): wat is het, wie helpt je en wat kun je zelf doen? Eczeemgids, twaalfde versie, met Engelstalige editie.

[35] Galimont-Collen AFS. Van radeloosheid naar samenwerking: hoe de zoektocht van eczeempatiënten leidde tot het NCEP. Column.

[36] Onlinedermatologie.nl. Patiëntendossiers Psoriasis en Atopisch eczeem. Inhoud verzorgd door dr. A.F.S. Galimont-Collen, productvrij en op basis van de actuele richtlijnen.

[37] Thuisarts.nl. Publieksinformatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap, in lijn met de NHG-Standaarden.


Reacties
Categorieën