
Crèmes en hormooncrèmes: uitleg wint van stelligheid
Een cliënte legt haar voet op de steun en zegt er meteen achteraan: “Ik heb wel zalf van de huisarts, maar ik gebruik hem bijna niet. Het is hormoon, hè.” De tube zit al maanden in haar tas. De huid tussen haar tenen is rood, schilferig en pijnlijk, en ze krabt er ’s nachts aan.
Ze is niet onwillig en ze is niet onverstandig, maar ze heeft ergens gelezen dat je hiermee voorzichtig moet zijn, en niemand heeft haar verteld wat voorzichtig in haar geval betekent. Die ene zin hoor ik in varianten al mijn hele werkzame leven, van cliënten en van collega’s.
Te weinig smeren is het probleem, niet te veel
Over crèmes en hormoonzalf circuleert meer stellige informatie dan onderbouwde informatie. De stelligheid komt van twee kanten: van de bangmakerij online, en van de geruststelling die de nuance overslaat. Allebei laten ze iemand achter met een tube waar ze niets mee durft.
Mijn stelling is eenvoudig. In de Nederlandse praktijk is te weinig smeren een groter probleem dan te veel. Het antwoord daarop is geen geruststelling maar kennis: weten wat een middel doet, welke klasse waar mag, hoeveel product erbij hoort en in welke fase iemand zit. Diezelfde kennis maakt ook het gewone verzorgingsadvies beter, want wie begrijpt waarom een basis past, hoeft geen merken te geloven.
Angst is meetbaar, en het kind krabt door
Corticofobie is geen vaag begrip; ze is onderzocht. Nederlands onderzoek onder 231 zorgprofessionals liet zien dat de angst het sterkst leeft bij huisartsen en apothekersassistenten, en dat zorgverleners met meer angst zwakkere middelen voorschrijven, minder meegeven en instructies geven die van de richtlijn afwijken, tot en met het beruchte “dun aanbrengen en niet te lang gebruiken” op het etiket. [6] Het gevolg is meetbaar: in een gecombineerde analyse van ruim dertienhonderd kinderen met vooral mild tot matig eczeem was ongeveer de helft onderbehandeld, in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk. [6]
Bij patiënten en ouders hangt corticofobie samen met slechtere therapietrouw; dat is aangetoond in een systematische review. [5] En de bron van veel van die angst is inmiddels ook in kaart gebracht: een review van online informatie over hormoonzalf vond dat de toon op sociale media overwegend negatief is en dat onjuiste claims daar veel breder worden gedeeld dan correcte. [7] Een ouder krijgt zo van de huisarts, de apotheek, het consultatiebureau en het internet vier verschillende verhalen. Zolang wij als keten niet hetzelfde zeggen, wint het verhaal dat het hardst wordt verteld.
Wat er wél klopt aan de verhalen
Misinformatie bestrijden betekent niet dat je alles wegwuift. De bijwerkingen bestaan echt. Ze ontstaan alleen in een patroon dat te herkennen en te vermijden is: hoge klasse, lange duur, dunne huid, geen afbouw. Huidverdunning, zichtbare adertjes en striae komen doorgaans pas na weken tot maanden ononderbroken smeren, en het risico is groter waar de hoornlaag dun is en onder occlusie. Contactallergie voor het middel of voor een hulpstof komt bij 0,5 tot 5 procent van de gebruikers voor.
Daar staat tegenover wat vijftig jaar gebruik en de leidraad die daarop gebaseerd is ons leren: bij correct gebruik ontstaan zelden bijwerkingen, ook op de lange termijn. [1] Correct gebruik is bovendien zuiniger dan veel mensen denken. Eenmaal daags smeren is bij eczeem even effectief als vaker, met minder middel en minder risico,[8] en onderhoud met twee tot drie vaste dagen per week vermindert opvlammingen. [9] Ook in de zwangerschap is er geen verband aangetoond met aangeboren afwijkingen; alleen bij zeer grote hoeveelheden van de sterke klassen is een klein risico op een laag geboortegewicht gezien. [10]
TSW: veel besproken, weinig onderzocht
Geen bijwerking wordt online zo veel besproken als topical steroid withdrawal, in het Nederlands hormoonzalfontwenning. Twee systematische reviews vonden samen 45 studies met bijna vijftienhonderd beschreven gevallen, vrijwel allemaal casuïstiek en observationeel onderzoek van lage kwaliteit. [11] [12] Het patroon dat daaruit oprijst is wel consistent: het gezicht is in ruim 97 procent van de gevallen met bekende lokalisatie betrokken, negen van de tien middelen waren midden tot sterk, en negen van de tien gevallen volgden op ten minste zes maanden aaneengesloten gebruik. In Nederland is het beeld zeldzaam, mede doordat deze middelen hier receptplichtig zijn en niet jarenlang ongecontroleerd gebruikt kunnen worden.
Zeldzaam is niet onbestaand, en wie deze zorg wegwuift, drijft mensen naar het internet in plaats van naar de spreekkamer. Nederlands onderzoek onder 168 zorgprofessionals liet zien hoe scheef het beeld nu ligt: ruim de helft ziet enkele keren per jaar iemand die zichzelf de diagnose heeft gegeven, ruim zeventig procent had TSW nog nooit in de eigen differentiaaldiagnose overwogen, en vrijwel niemand zou het middel definitief gestaakt houden. [13] Datzelfde werk verscheen in september 2025 in het Nederlands Tijdschrift voor Dermatologie en Venereologie, zodat ook de Nederlandse praktijk erover kan meelezen. [14] Sinds 2026 bestaat er een eerste Delphi-consensus over voorlopige criteria, met TSW nadrukkelijk als uitsluitingsdiagnose: opvlamming, contactallergie en infectie moeten eerst zijn uitgesloten. [15]
Wat ik hierover zeg, aan cliënten en in de media, is telkens hetzelfde: het beeld dat mensen beschrijven staat in de literatuur, het hoort bij langdurig en onjuist gebruik, en juist daarom is het schema van opbouw, afbouw en onderhoud zo belangrijk. Wat ik nooit zeg: stop er dan maar mee. Abrupt stoppen is precies het patroon waarin dit beeld ontstaat.
Wat ik hier de afgelopen jaren aan heb gedaan
Dit onderwerp loopt als rode draad door mijn werk. Ik was lid van de werkgroep die de NVDV-Leidraad Dermatocorticosteroïden herzag en schreef mee aan de samenvatting daarvan in de vakpers. [1] [2] De klassen, de vingertopeenheid en het schema in fasen die ik in mijn scholing gebruik, gaan daar rechtstreeks op terug. Ik ben medeauteur van de NVH-zorgmodule Constitutioneel Eczeem en zette samen met de NVH de post-hbo-opleiding Eczeem in de huidtherapeutische praktijk op,[3] en als mede-ontwikkelaar van het Nationaal Constitutioneel Eczeem Project werk ik aan één gedeelde bron voor patiënten en professionals. [4]
Daarnaast geef ik sinds 2012 smeervoorlichting aan patiënten en zorgteams, van de SMEER’M-bijeenkomsten en het zalfspreekuur tot de vijf dieren waarmee een kind zijn eigen behandelplan kan navertellen. En zodra er weer een verhaal over hormoonzalf rondgaat, duid ik dat in de media. Dat doe ik niet om gelijk te krijgen, maar omdat elk verhaal dat ongecorrigeerd blijft staan een week later bij jou op de behandelstoel terechtkomt.
Wat je zegt als een cliënt haar tube niet gebruikt
Corticofobie verdwijnt niet door een cijfer of een geruststelling. Wat wel werkt: uitleggen wat het middel doet, waar het angstverhaal vandaan komt, en de cliënt terugbrengen naar de afspraak met haar arts. Je overtuigt niemand door haar zorgen weg te wuiven.

Let op de grens die in al deze antwoorden zit: je legt uit hoe het middel werkt en hoe een schema in elkaar zit, maar je bepaalt niet welk middel, welke sterkte of hoeveel dagen. Dat verschil is precies wat jouw advies betrouwbaar maakt.
Dezelfde aanpak werkt bij de misverstanden over gewone verzorging. “Je huid raakt gewend aan een crème”: wat terugkeert na het stoppen is de oorspronkelijke droogte, niet een ontstane verslaving. “Natuurlijk is veiliger”: herkomst zegt niets over veiligheid, want enkele van de sterkste contactallergenen zijn plantaardig en witte vaseline is een van de best verdragen stoffen die er zijn. “Als het prikt, werkt het”: aanhoudend prikken is een signaal van een beschadigde barrière. Corrigeren lukt alleen als je uitlegt waar het misverstand vandaan komt; dan voelt het als informatie in plaats van als terechtwijzing.
Waar jouw rol ophoudt
Je signaleert, je legt uit en je documenteert. Je stelt geen diagnose, je kiest geen klasse, je verandert geen schema en je adviseert nooit om te stoppen of te minderen. Een glanzende, dunne, doorschijnende huid met zichtbare vaatjes op een plek die maandenlang behandeld is, is een observatie die je noteert en meldt; je noemt het geen atrofie en je trekt geen conclusie over de behandeling. Verergering onder behandeling: denk aan contactallergie of aan een infectie, en leg het terug bij de voorschrijver. Een zwangere cliënte die uit voorzorg gestopt is, stuur je terug naar haar arts of verloskundige en niet naar je eigen inschatting.
Beschrijvende taal maakt je melding bruikbaar. Wat je ziet, waar je het ziet, hoe lang het er al is en wat de cliënt zelf vertelt over hoe ze smeert. Daar kan een huisarts of dermatoloog iets mee. Aan “ik denk dat het van de zalf komt” heeft niemand iets.
Verder leren
De volledige uitwerking staat in het e-book Crèmes & hormooncrèmes, met de dermatica-driehoek, de vier klassen, de vingertopeenheid, het schema in fasen en een hoofdstuk over TSW. [16] In de geaccrediteerde cursus Crèmes en hormooncrèmes gaan we verder de diepte in met casuïstiek, twee videolessen en de Derm@te-Logische zakkaartjes voor in de praktijk: zes lessen, ongeveer twee uur, met toets en certificaat. [17] Geaccrediteerd met 1 punt Omgevingsbewust handelen en 2 punten Specialistische voetzorg bij ProCERT, 2 punten bij SKIN en 2 uur bij Footcare. Sponsorvrij, zonder merknamen, gegeven door een dermatoloog.
Wat mij betreft is dat de kern van de zaak: niet harder roepen dan het internet, maar beter uitleggen dan het internet. Jij bent daarbij vaak de eerste die het merkt, omdat jij de huid ziet en de tube in de tas hoort zitten.
Bronnen en literatuur
Richtlijnen, leidraden en zorgmodules
1. NVDV. Leidraad Dermatocorticosteroïden. Oorspronkelijk 2000, geheel herzien 2018, geautoriseerd 5 april 2019.
2. Teligui L, Arents BWM, Galimont AFS, e.a. Samenvatting Leidraad Dermatocorticosteroïden. Ned Tijdschr Dermatol Venereol. 2018;28(7):9-11.
3. NVH. Zorgmodule Constitutioneel Eczeem. Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten.
4. Eczeemwijzer.nl. Nationaal Constitutioneel Eczeem Project (NCEP).
Corticofobie en misinformatie
5. Li AW, Yin ES, Antaya RJ. Topical corticosteroid phobia in atopic dermatitis: a systematic review. JAMA Dermatol. 2017;153(10):1036-1042.
6. Ragamin A, van Halewijn KF, Schappin R, e.a. Management strategies and corticophobia among healthcare professionals involved in the care for atopic dermatitis: a Dutch survey. Dermatology. 2024;240:1-17.
7. Finnegan P, Murphy M, O’Connor C. #corticophobia: a review on online misinformation related to topical steroids. Clin Exp Dermatol. 2023;48(2):112-115.
Werkzaamheid en veiligheid
8. Green C, Colquitt JL, Kirby J, Davidson P. Topical corticosteroids for atopic eczema: clinical and cost effectiveness of once-daily vs. more frequent use. Br J Dermatol. 2005;152(1):130-141.
9. Schmitt J, von Kobyletzki L, Svensson A, Apfelbacher C. Efficacy and tolerability of proactive treatment with topical corticosteroids and calcineurin inhibitors for atopic eczema: systematic review and meta-analysis. Br J Dermatol. 2011;164(2):415-428.
10. Chi CC, Wang SH, Wojnarowska F, Kirtschig G, Davies E, Bennett C. Safety of topical corticosteroids in pregnancy. Cochrane Database Syst Rev. 2015;(10):CD007346.
Topical steroid withdrawal
11. Hajar T, Leshem YA, Hanifin JM, e.a. A systematic review of topical corticosteroid withdrawal (“steroid addiction”) in patients with atopic dermatitis and other dermatoses. J Am Acad Dermatol. 2015;72(3):541-549.
12. Hwang J, Lio PA. Topical corticosteroid withdrawal (“steroid addiction”): an update of a systematic review. J Dermatolog Treat. 2022;33(3):1293-1298.
13. Vroman F, Schimmel CS, van der Rijst LP, e.a., Haeck IM. Topical steroid withdrawal: perspectives of Dutch healthcare professionals. Acta Derm Venereol. 2025;105:adv44209.
14. Schimmel C, Vroman F, van der Rijst L, e.a. Topical steroid withdrawal: een brede blik op een controversiële diagnose. Ned Tijdschr Dermatol Venereol. 2025;35(7):19-23.
15. Guo CL, e.a. Topical steroid withdrawal syndrome: developing diagnostic criteria through a modified Delphi method. Br J Dermatol. 2026;194(4):768 e.v.
Eigen uitgaven en scholing
16. Galimont-Collen AFS. Crèmes & hormooncrèmes. Van huidbarrière tot smeerplan. Huidopleiding, eerste druk augustus 2026. ISBN 978-90-83767-20-8.
17. Huidopleiding. Cursus Crèmes en hormooncrèmes in de huid-, haar- en nagelzorg. huidopleiding.nl/cremes-en-hormooncremes.







