Waterpokken

1. Korte samenvatting
Waterpokken (varicella) is een zeer besmettelijke virusinfectie veroorzaakt door het varicella-zostervirus. De ziekte komt vooral bij kinderen voor en verloopt meestal mild, maar kan bij volwassenen of mensen met een verminderde weerstand ernstiger zijn. Kenmerkend zijn jeukende blaasjes in verschillende stadia tegelijk. Na genezing blijft het virus latent aanwezig en kan later gordelroos ontstaan.

2. Wat is het?
Waterpokken is een infectieziekte veroorzaakt door het varicella-zostervirus (VZV), een virus uit de herpesgroep. Het is één van de klassieke kinderziekten en wordt in het Engels “chickenpox” genoemd.

De ziekte komt vooral voor bij kinderen tussen 1 en 8 jaar. Op adolescentenleeftijd heeft het overgrote deel van de mensen de infectie al doorgemaakt en daarmee immuniteit opgebouwd.

Bij volwassenen kan het ziektebeeld ernstiger verlopen, met meer klachten en een grotere kans op complicaties.

3. Hoe ontstaat het?
Besmetting gebeurt via de luchtwegen door inademing van virusdeeltjes die vrijkomen bij hoesten of niezen. Daarnaast kan overdracht plaatsvinden via direct contact met de blaasjes op de huid.

De besmettelijkheid is hoog: ongeveer 90% van de vatbare personen raakt geïnfecteerd na contact.

Kenmerkend voor de verspreiding is:

  • besmettelijk vanaf circa 2 dagen vóór de huiduitslag
  • overdracht via druppeltjes én huidcontact
  • niet meer besmettelijk zodra alle blaasjes zijn ingedroogd

Na de primaire infectie blijft het virus latent aanwezig in zenuwknopen. Bij verminderde weerstand kan het later reactiveren als gordelroos.

4. Wat zijn de klachten?
Bij kinderen zijn de klachten vaak mild. Volwassenen hebben meestal eerst algemene ziekteverschijnselen voordat de huiduitslag ontstaat.

De huiduitslag ontwikkelt zich snel en bestaat uit verschillende stadia tegelijk: vlekjes, blaasjes en korstjes.

Typische kenmerken zijn:

  • jeukende blaasjes verspreid over het lichaam
  • laesies in verschillende stadia naast elkaar
  • vooral op romp en gezicht, minder naar de uiteinden

Soms ontstaan ook blaasjes in de mond, neus of oren. Krabben kan leiden tot littekens of secundaire infecties.

5. Hoe te voorkomen?
Volledige preventie is lastig vanwege de hoge besmettelijkheid. Wel zijn er specifieke situaties waarin preventieve maatregelen belangrijk zijn, zoals bij risicogroepen.

Vaccinatie kan overwogen worden bij mensen die nog geen infectie hebben doorgemaakt en een verhoogd risico lopen, bijvoorbeeld in de zorg.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • vermijden van contact met kwetsbare groepen (zwangeren, immuungecompromitteerden)
  • hygiënemaatregelen bij actieve infectie
  • vaccinatie vóór zwangerschap bij niet-immune vrouwen met risico

6. Is aanvullend onderzoek nodig?
De diagnose wordt meestal klinisch gesteld op basis van het typische beeld van de huiduitslag en het beloop.

Bij twijfel kan aanvullend onderzoek worden gedaan, zoals bloedonderzoek of analyse van blaasjesvocht, maar dit is zelden nodig in de praktijk.

7. Hoe wordt het behandeld?
Bij kinderen is behandeling meestal niet nodig en bestaat het beleid uit symptoombestrijding. Bij volwassenen of risicogroepen kan antivirale therapie worden overwogen.

De behandeling richt zich vooral op het verminderen van klachten en het voorkomen van complicaties.

Mogelijke maatregelen zijn:

  • indrogende en jeukstillende middelen zoals zinkoxide of lotio alba
  • antivirale medicatie (zoals aciclovir) bij ernstige of risicovolle gevallen
  • behandelen van secundaire bacteriële infecties indien nodig

Bij zwangeren en pasgeborenen gelden specifieke behandelstrategieën vanwege het risico op ernstige complicaties.

8. Wat is het vooruitzicht?
Het beloop van waterpokken is meestal gunstig, vooral bij kinderen. De huidafwijkingen verdwijnen binnen enkele weken en laten doorgaans geen littekens achter, tenzij er is gekrabd.

Na doorgemaakte infectie ontstaat meestal levenslange immuniteit. Het virus blijft echter in het lichaam aanwezig en kan later reactiveren als gordelroos.

Bij volwassenen en immuungecompromitteerde patiënten is de kans op complicaties groter, maar bij tijdige herkenning en behandeling blijft de prognose over het algemeen goed.

Reactie plaatsen