Oppervlakkige veneuze trombose (Tromboflebitis)

1. Korte samenvatting
Oppervlakkige veneuze trombose (OVT) is een stolsel in een oppervlakkige ader, meestal in het been. Het geeft een pijnlijke, rode en harde streng in de huid. De aandoening is meestal onschuldig, maar kan in sommige gevallen uitbreiden naar een diepere trombose.

2. Wat is het?
Een oppervlakkige veneuze trombose is een verstopping van een oppervlakkige ader door een bloedstolsel. De term tromboflebitis wordt soms gebruikt, maar verwijst eigenlijk naar de ontstekingsreactie die ontstaat als gevolg van het stolsel.

De aandoening komt vaak voor in spataderen en maakt onderdeel uit van het spectrum van trombo-embolische ziekten, waartoe ook diepe veneuze trombose (DVT) en longembolie behoren.

3. Hoe ontstaat het?
OVT ontstaat door een combinatie van factoren die de bloedstolling beïnvloeden of de bloedstroom vertragen. Dezelfde risicofactoren spelen een rol als bij diepere trombose:

  • immobilisatie, operatie of trauma
  • zwangerschap, kraamperiode of gebruik van hormonale anticonceptie
  • onderliggende aandoeningen zoals kanker of stollingsstoornissen

Daarnaast ontstaat een OVT regelmatig in bestaande spataderen, waar de bloedstroom al verstoord is.

4. Wat zijn de klachten?
De klachten zijn meestal lokaal en goed herkenbaar. Er ontstaat een pijnlijke, harde streng in het verloop van een ader, vaak zichtbaar als een rood verkleurd gebied onder de huid.

De aangedane plek kan warm aanvoelen en gevoelig zijn bij aanraken. De lengte van het aangedane traject varieert, maar kan zich uitbreiden langs het verloop van de ader.

5. Hoe te voorkomen?
Preventie richt zich op het verminderen van risicofactoren die trombose kunnen uitlokken. Beweging speelt hierbij een centrale rol, evenals het vermijden van langdurige stilstand.

Regelmatig lopen, het afwisselen van zitten en staan en het ondersteunen van de bloedcirculatie zijn belangrijke maatregelen, zeker bij verhoogd risico.

6. Is aanvullend onderzoek nodig?
De diagnose kan vaak op het klinisch beeld worden gesteld. Bij twijfel of bij verdenking op uitbreiding naar een diepe veneuze trombose wordt aanvullend onderzoek verricht.

Duplexonderzoek (echo van de bloedvaten) is hierbij de belangrijkste techniek. Hiermee kan de locatie en uitgebreidheid van het stolsel worden beoordeeld en kan een DVT worden uitgesloten. Soms wordt aanvullend bloedonderzoek gedaan om onderliggende risicofactoren op te sporen.

7. Hoe wordt het behandeld?
De behandeling is afhankelijk van de uitgebreidheid en de locatie van het stolsel. In de meeste gevallen is een conservatieve aanpak voldoende:

  • compressietherapie met zwachtels of elastische kousen
  • stimuleren van mobilisatie en vermijden van bedrust
  • bij risico op uitbreiding: behandeling met antistollingsmedicatie

Lokale zalven, antibiotica of kompressen hebben geen bewezen effect op het beloop.

8. Wat is het vooruitzicht?
De prognose is over het algemeen goed. De klachten nemen meestal binnen enkele weken af en het stolsel lost geleidelijk op. Wel kan de aangedane ader op termijn veranderen in een spatader.

In een klein percentage van de gevallen kan uitbreiding optreden naar een diepe veneuze trombose of een longembolie. Daarom is het belangrijk om alert te blijven op toename van klachten en medische adviezen goed op te volgen.

Reactie plaatsen