Posttrombotisch syndroom

1. Korte samenvatting
Het posttrombotisch syndroom (PTS) is een chronische aandoening van het been die ontstaat na een diepe veneuze trombose (DVT). Door beschadigde kleppen in de aderen ontstaat een slechte bloedafvoer, wat leidt tot huidveranderingen, oedeem en soms een open been.

2. Wat is het?
Het posttrombotisch syndroom is een combinatie van klachten en huidafwijkingen die zich ontwikkelen nadat iemand een trombose in een diepgelegen beenader heeft doorgemaakt. Het ontstaat meestal binnen twee jaar na de trombose en komt voor bij ongeveer een kwart tot de helft van deze patiënten.

De kern van het probleem is een blijvende verstoring van de bloedafvoer in het been. Hierdoor ontstaat een chronisch verhoogde druk in het adersysteem, wat uiteindelijk zichtbaar wordt in de huid en het onderliggende weefsel.

Hoewel PTS niet direct levensbedreigend is, kan het wel een grote impact hebben op het dagelijks functioneren door pijn, zwelling en slecht genezende wonden.

3. Hoe ontstaat het?
Normaal gesproken zorgen kleppen in de aderen ervoor dat bloed in de juiste richting – naar het hart – stroomt. Bij een diepe veneuze trombose kan een stolsel deze kleppen beschadigen. Zelfs nadat het stolsel is opgelost, blijven de kleppen soms onvoldoende functioneren.

Hierdoor stroomt het bloed gedeeltelijk terug naar beneden (reflux), wat leidt tot een verhoogde druk in de aderen en haarvaten. Deze druk zorgt ervoor dat vocht en ontstekingsstoffen uit de bloedvaten lekken en zich ophopen in het omliggende weefsel.

De kans op het ontwikkelen van PTS hangt onder andere af van:

  • de grootte, duur en locatie van de oorspronkelijke trombose
  • de mate waarin de aderkleppen beschadigd zijn
  • het wel of niet dragen van elastische kousen na de trombose

Een hogere en uitgebreidere trombose geeft doorgaans een groter risico op blijvende schade.

4. Wat zijn de klachten?
De klachten ontwikkelen zich geleidelijk en kunnen variëren van mild tot ernstig. Vaak begint het met een zwaar, vermoeid gevoel in het been, vooral na lang staan of zitten.

In de loop van de tijd kunnen zichtbare huidveranderingen ontstaan. De huid wordt dunner, glanzend en kwetsbaarder. Door lekkage van bloedbestanddelen ontstaat een bruine verkleuring (hemosiderinepigmentatie). Ook kunnen spataderen en eczeem ontstaan.

Typische verschijnselen zijn:

  • vochtophoping (oedeem) en een zwaar of gespannen gevoel
  • bruine verkleuring van de huid en eczeem
  • in ernstige gevallen een slecht genezende wond (ulcus cruris)

Deze klachten treden meestal op rond de enkel en het onderbeen.

5. Hoe te voorkomen?
Preventie van PTS begint al direct na het doormaken van een diepe veneuze trombose. Het doel is om de bloedafvoer zo goed mogelijk te ondersteunen en verdere schade te beperken.

Een van de belangrijkste maatregelen is het dragen van elastische compressiekousen. Deze ondersteunen de bloedcirculatie en verminderen de druk in de aderen. Wanneer deze kousen consequent worden gedragen gedurende langere tijd, kan het risico op PTS aanzienlijk worden verlaagd.

Belangrijke adviezen zijn:

  • draag voorgeschreven elastische kousen consequent overdag
  • blijf in beweging en vermijd langdurig stilzitten of staan
  • houd het lichaamsgewicht binnen gezonde grenzen

Deze maatregelen helpen om de veneuze druk te verminderen en klachten te voorkomen of te beperken.

6. Is aanvullend onderzoek nodig?
De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de voorgeschiedenis (een doorgemaakte DVT) en de typische klachten en huidafwijkingen. Aanvullend onderzoek kan nodig zijn om de ernst en de onderliggende vaatproblemen in kaart te brengen.

Het belangrijkste onderzoek is een duplexonderzoek. Dit is een combinatie van echografie en Doppler-techniek, waarmee de bloedstroom en de werking van de aderkleppen zichtbaar worden gemaakt.

Hiermee kan worden vastgesteld of er sprake is van terugstromend bloed en hoe uitgebreid de schade in het adersysteem is.

7. Hoe wordt het behandeld?
Wanneer het posttrombotisch syndroom eenmaal is ontstaan, is het niet meer te genezen. De behandeling is daarom gericht op het verminderen van klachten en het voorkomen van complicaties.

De basis van de behandeling is langdurige compressietherapie met elastische kousen. Deze ondersteunen de bloedcirculatie en verminderen oedeem en druk in het been. In veel gevallen wordt geadviseerd deze kousen langdurig of zelfs levenslang te dragen.

In specifieke situaties kan een operatieve behandeling worden overwogen, bijvoorbeeld om een reststolsel te verwijderen of de bloedafvoer te verbeteren. Dit wordt echter niet standaard toegepast en is afhankelijk van individuele omstandigheden.

Daarnaast is wondzorg essentieel wanneer er sprake is van een open been.

8. Wat is het vooruitzicht?
Het beloop van PTS is chronisch en wisselend. Sommige mensen hebben milde klachten die goed onder controle blijven, terwijl anderen te maken krijgen met toenemende huidproblemen en wondvorming.

Hoewel de aandoening niet direct gevaarlijk is, kan zij het dagelijks leven aanzienlijk beïnvloeden. In ernstige gevallen kan een open been ontstaan dat moeilijk geneest en intensieve behandeling vereist.

Met een goede combinatie van compressietherapie, beweging en huidzorg kunnen de klachten meestal worden beperkt en kan verslechtering worden voorkomen.

Reactie plaatsen