Oedeem

Korte samenvatting
 Oedeem is een zichtbare en voelbare ophoping van vocht in de huid of onderhuid. Het kan ontstaan door hartfalen, nierproblemen, een afsluiting van de aderen (zoals bij trombose) of door lokale huidziekten. De behandeling hangt af van de onderliggende oorzaak en varieert van plastabletten tot behandeling van infecties of trombose.

Wat is het?
 Oedeem betekent dat er te veel vocht uit de bloedvaten in het omliggende weefsel terechtkomt. Dit leidt tot zwelling, meestal zichtbaar aan de benen. Oedeem is geen ziekte op zichzelf, maar een symptoom van een onderliggende aandoening.

Hoe ontstaat het?
 Er zijn meerdere oorzaken:

  • Hartfalen: het hart pompt onvoldoende krachtig, waardoor vocht zich ophoopt, vaak in de benen.
  • Nierproblemen: bij eiwitverlies via de nieren verliest het bloed zijn vermogen om vocht vast te houden, waardoor vocht uittreedt in het weefsel.
  • Afsluiting van aderen: bijvoorbeeld bij een diep veneuze trombose ontstaat plots een blokkade in een grote beenader. Dit geeft in korte tijd fors oedeem, meestal aan één been.
  • Ontstekingen of huidziekten: zoals wondroos (erysipelas) of uitgebreide psoriasis, die lokaal vochtophopingen kunnen veroorzaken.

Wat zijn de klachten?
 De huid of het onderhuidse weefsel zwelt op, vaak eerst rond de enkels en benen. Bij trombose ontstaat de zwelling acuut en eenzijdig. Oedeem kan leiden tot een zwaar gevoel, pijn of spanning van de huid en een verhoogd risico op wondjes of infecties.

Hoe te voorkomen?
 Het voorkomen van oedeem hangt samen met het voorkomen of tijdig behandelen van de onderliggende aandoening, zoals hart- of nierproblemen en trombose. Een gezonde leefstijl met voldoende beweging en aandacht voor risicofactoren (zoals hoge bloeddruk of overgewicht) kan bijdragen.

Is aanvullend onderzoek nodig?
 Ja, omdat oedeem altijd een gevolg is van een andere aandoening. Afhankelijk van het vermoeden kunnen hartonderzoek, bloed- en urineonderzoek of beeldvorming (bij verdenking trombose) nodig zijn.

Hoe wordt het behandeld?
 De behandeling richt zich op de oorzaak:

  • Bij hartfalen worden vaak plastabletten (diuretica) voorgeschreven.
  • Bij nierproblemen wordt de behandeling afgestemd op het type nierziekte.
  • Bij trombose wordt antistolling gestart om het stolsel op te lossen en uitbreiding te voorkomen.
  • Bij infecties, zoals wondroos, worden antibiotica gegeven.
     Ook steunkousen kunnen soms verlichting geven.

Wat is het vooruitzicht?
 Het vooruitzicht hangt sterk af van de onderliggende oorzaak. Bij hartfalen en nierziekten gaat het vaak om een chronische aandoening waarbij klachten met behandeling onder controle gehouden worden. Bij trombose kan herstel na behandeling volledig zijn, mits tijdig herkend.

Reactie plaatsen